Press "Enter" to skip to content

UIT SCHINVELD’S VERLEDEN II

Ton Theunissen 0

Van 1813-1836 was te Schinveld burgemeester Gabriël Beckers, die
destijds in de volksmond nog altijd genoemd’ werd “de Schout van
Genhuske”. Dit tegenwoordig nog altijd bestaande “Genhuske” is het
oude Heienhoven, ook genoemd “Hof ter Heide”; de broer van de
Schout, Frederic Beckers, was secretaris.
We wijden hier een paar regels aan ’t oude Heienhoven van lang vóór
die tijd. Ten laste van deze oude bezitting bestonden de volgende grote
renten ten voordele van het Armbestuur van Schinveld:
1 o een driespan “Brandt” (steenkolen) te leveren vóór Sint Eligius,dag
(Eligius is de Kerkpatroon) ; op zijn feest ( 1 december) heeft de winterkermis
plaats;
2° 50 “korebrodte” van 6 ponden + 25 “wèkkebrodte” van 3 pond, te
leveren “omme nujaor”;
3 o een tonneke “hering” voor “vastenavondgoonsdag”.
Sohinveld was er trots op, zo nederlands gezind te zijn, dat er in het
roerige jaar 1848 geen enkele vreemde vlag was ontrold binnen het dorp.
Burgemeester van toen was de zeer nederlands gezinde J. P. Buysers
( 1831-1869). Te zijnen huize genoten rijksambtenaren uit Schinveld
en naaste omgeving gewapende bescherming tegen het opdringende janhagel,
dat “deze hollandse geuzen” van kant wilde maken.
Op 19 september 1849, toen alles weer rustig liep, kreeg het dorp officieel
bezoek van de toenmalige Gouverneur in Limburg, de heer van
Meeuwen. Schinveld wilde bij die gelegenheid blijk geven van zijn oranjegezindheid.
In de bekende brochure Scherpenseel, waarover later wat
meer in de loop van dit artikel, lezen wij hoe Schinveld een zeer plechtige
ontvangst bereidde aan de Gouverneur van Limburg. Die ontvangst was
vooral in .handen van de voortreffelijke in alle rangen uitgedoste Schutterij
Sint Eligius, en een daaraan toegevoegde cavalcade. We laten hier het
beste voornoemde Scherpenseel zelf aan het woord, omdat de verteltrant
dier dagen dit aantrekkelijker maakt:
” …. aan de Gotische kerktoren wapper-de de Oranjevlag; het
gemeentehuis en de woningen in de Hal-, de Dorps- en Bergstraat,
evenals de Markt waren met de nationale driekleur versierd. De
schooljeugd had speeldag en de bewoners waren in hun beste pak
gestoken. Reeds in de vroege morgen hadden verscheidene geschutsontbrandingen
aan de omgeving ver-kondigd, dat er in Schinveld
feest werd gevierd …. Te negen uur wordt door vier tamboers aan
de markt appèl geslagen en nauwelijks is een half uurtje verstreken,
of Schinvelds Schutterij, de voortreffelijkste en het best gedisciplineerde
van geheel Limburg van die tijd, staat in parade-uniform

met ontrolde banieren op het marktplein in orde geschaard. Weldra
verschijnt Sohinvelds jongelingsohap te paard op hetzelfde plein en
vormt zich on<ler het bevel van den heer Arnold Breukers, die te
paard de Nederlandse driekleur heeft ontrold, een flinke cavalcade.
De heer Karel Buysers, op een jonge zwartbruine hengst gezeten,
die hij ruiterlijk ment, neemt vervolgens het opperbevel over van
cavalcade, fanfare en schutterij en onder het losbranden van het
geschut en de roffel der tambours, verlaat de hele stoet het dorp.”
Tot zo ver het verslag van Scherpenseel.
De cavalcade reed Zijne Excellentie tegemoet tot J abeek; de schutterij en
fanfare wachtten te Etzenrade bij de grens der gemeente. Dit alles overtrof
zeker de stijl van de omliggende kleine dorpen en bij het latere
?.fscheid verklaarde de Gouverneur dan ook, dat hem in Limburg nog
nooit zo ’n “patriotiek onthaal” ten deel was gevallen.

Een paar jaar voordien had Schinveld nog even van zich doen spreken,
toen aldaar in 1847 de laatste wolf was geschoten, waarna er niet langer
meer kon gesproken worden van een “wolvenplaag”, zoals deze m
’t begin van die eeuw nog uit Midden-Limburg werd vermeld.
In hetzelfde jaar doet een nieuwe Pastoor, de Z.E. Heer v. Haaf, zijn
intrede in de parochie en wij vermelden dit feit enkel, omdat er de
curiositeit aan zat, dat de nieuw benoemde her·der daags na de installatie
een hoogmis celebreerde, waarbij drie bloedeigen broers assisteerden:
dus vier broers aan ·het altaar. Men vondt dit zo’n treffende bijzonderheid
dat een student, die zijn Iatijn goed beheerste met een chronogram voor
de dag kwam.
qUaternos speCtate fratres
ConCeLebrantes aD araM.
Er wordt van pastoor v. Haaf nog verteld, dat hij op zijn rUim terrein
rond de pastorie een “engelse tuin” deed aanleggen.

In de tweede helft der negentiende eeuw heeft Schinveld ruim zijn deel
gehad aan ziekte-rampen. Een epidemie van dysenterie eiste 29 doden
en vlak daarna heersten er de pokken, waarbij het dorp 58 sterfgevallen
boekte.
Maar ook dat alles ging voorbij en er kwamen betere tijden, waarin men
weer durf.de denken aan voor uitgang en kunst. Er was reeds een fanfare
in 1849, terwijl in 1864 ook een Zangvereniging Concordia bestond.
De omzetting van deze Concordia tot een Harmonie werd een jammerlijke
mislukking, want deze laatste was in 1868 weer opgeheven. Rond
1890 was er weer een Zangvereniging de Eendracht. Deze verdween in
de negentiger jaren. In ’t kroningsjaar van Koningin Wilhelmina ontstond
het Mannenkoor Oranje, dat thans nog een zeer bloeiend bestaan
leid t.
In 1907 kwamen er ook weer een Fanfare en een Harmonie, die nog
heden op hoog peil staan.

Over de muzikaliteit der inwoners van Schinveld dient hier zeker nog
vermeld te worden, dat deze reeds met eer dient genoemd te worden in
de tij·d van de bovengenoemde “Concordia”. We laten daarom hier
een tamelijk uitvoerig relaas volgen uit het jaar 1865, toen Schinveld de
50-jarige herdenking ging vieren van de slag van Waterloo.
Men had hij de oprichting van Concordia een jaar tevoren als motief
opgegeven, dat de jongelui door het beoefenen der zangkunst “aan het
veelvuldig bezoeken der herbergen zoude onttrokken worden en in een
der aangenaamste kunsten zouden worden geoefend”. We vinden nergens
vermeld, wie de eerste directeur is geweest, maar zeer veel bij de eerste

Hier moet nog een stukje tekst komen, momenteel niet beschikbaar

Dat er onder het heersende regime van Schinveld voortvarend werd gehandeld,
bleek wel, toen in 1852 Burgemeester Buysers een algemene
opmeting liet doen van alle gemeente-eigendommen om orde te scheppen
in de uitoefening van het eigendomsrecht. Er werd toen tot schrik van
velen ·bevonden, dat meer dan 80 huisgezinnen van Schinveld gronden
in vruchtgebruik hadden, die gedeeltelijk of met hele percelen aan de
gemeente toebehoorden.
Toen verkocht, om aan deze ongeregelde toestand een einde te maken.
de gemeente vele verafgelegen percelen gemeentegrond en met de opgebrachte
gelden verbeterde men veel woeste gemeentegronden, heide en
broekgronden. Schinveld is dus in 1853 begonnen met de ontginning van
heidegronden tot bos en dertig jaar later vormden deze bossen door
houtverkoop een goede bron van inkomsten voor de gemeente.
In de zestiger jaren der vorige eeuw kwam er in Schinveld grote bewogenheid
door het ver schijnen der brochure waaruit we reeds een en
ander aanhaalden in de loop van dit artikel. Ze was hoofdzakelijk gericht
tegen de toenmalige pastoor Joors, een oud-officier uit de tijd van de
Belgische opstand. Men kon dit geschriftje beschouwen als de uiting
van een scherpe vete tussen de wakkere pastoor en de schrijver. De laatste
had blijkbaar voor die dagen een zeer vlotte pen, wat niet belette,
dat hij die dingen schreef, die wij in onze dagen op het eerste gezicht als
klinkklare onzin zouden beschouwen: de tendenz om de parochieherder
te kraken lag er bovendien duimen dik op. Door inwoners zijn de
meeste exemplaren van het geschrift kunnen achterhaald en vernietigd
worden. Het kon echter niet anders, dat er wel exemplaren ontsnapten,
die men nu nog als een curiositeit bewaart. In elk geval bezorgde ons
deze brochure een verrassende kijk op het maatschappelijk leven uit het
midden der vorige eeuw op ons platteland.
In Schinveld heeft nog zeer lang het gebruik bestaan dat afkondigingen
van de Gemeente mondeling geschiedde door de toenmalige veldwachter.
Dit gebeurde ’s zondags na de hoogmis op de brug die over de Rode Beek
lag, vlak vóór de kerk. In vroeger eeuwen hadden zulke afkondigingen
namem de Schout in de kerk zelf plaats, vanaf de kansel. Dit bracht
nog al eens geroezemoes onder de aanwezigen, stoorde dus de stilte en
werd in het oude bisdom Roermond verboden in ’t jaar 1708.

In de 2de helft der vorige eeuw en ook zelfs nog na 1900 hebhen Schinveld
en Brunssum de tijd gekend, dat ieder voorjaar tal van inwoners
met hun gezinnen naar Duitsland togen, om in de zomermaanden in de
steenbakkerijen hun brood te verdienen. Dan werden vele huizen gesloten
en de vensterblinden dicht genageld. Van het huisgerief werd alleen het
bekende ” sjaap” (een spijskast) en wat tafelgerief meegevoerd. Koeien
en eventueel geiten werden eerst verkocht, maar ook wel eens in de “kost”
gedaan bij een boer tegen het genot van de melk.
Alleen de getrouwe viervoeter de hond had van de andere levende have

het voorrecht, dat hij mee mocht en natuurlijk over de grens ongekende
avonturen tegemoet ging.
In Schinveld was het in verband met dit naar de “brikken” gaan gebruikelijk,
dat de ploegbazen op paasmaandag hun uiterste best deden goede
arbeiders te werven; dit geschiedde in bepaalde herbergen. Dan rezen
wel eens onenigheden, daar werd door de arbei-ders reeds handgeld ontvangen,
dat voor een deel in drank werd omgezet. ’t Was niet voor niets,
dat de oude pastoor Lemmens, die zijn pappenheimers stuk voor stuk
kende, jaar op jaar moest waarschuwen tegen “die ongelukkige Paasmaandag”.

Schinveld is thans ’n zeer welvarend dorp met mooie straten en heeft bijna
onbeperkte mogelijkheden tot uitbreiding. Zijn ranke sierlijke kerktoren
rijst op uit de vlakte der Rode Beek achter de laatste Limburgse heuvelrij.
Die ruime en mooie kerk is gebouwd in 1889 en vormde lang een groot
contrast met de dorpskerkjes der omgeving. Daarom werd ze wel eens
aangeduid :als “de kathedraal der Onderbanken” .
W. J. VROMEN.

Wordt vervolgd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *