Press "Enter" to skip to content

Het mysterie van Etzenrade

Ton Theunissen 0

ETZENRADE – Volg je de Rode Beek vanaf de Brunssummerheide stroomafwaarts, dan kom je na enkele
kilometers ongetwijfeld langs Etzenrade: een boerengehucht op het grondgebied van de gemeente
Onderbanken, bijna grenzend aan Duitsland. Een handvol prachtige gebouwen telt dit gehucht, waaronder met name hoeve ‘Het Huisken’, een boerderij behorend bij net voormalig kasteel van Etzenrade, waarvan de resten rond 1880 werden opgeruimd. En niet te vergeten de ‘Etzenraderhof (1714), alsmede de uit dezelfde eeuw daterende ‘Roermolen’, die uiteraard langs de ijzerhoudende Rode Beek werd neergezet.
Als je op zoek gaat naar gegevens of personen, die iets meer kunnen prijsgeven over de identiteit en de historie van het gehucht, kom je al gauw bij Peter Joseph Spiertz terecht. De 72-jarige baas is een voorzichtig heerschap, die pas na uitvoerige observatie van de vreemdeling de deuren van zijn boerenhof opent. Heeft hij je gewikt en gewogen en als betrouwbaar bevonden, dan zit je voordat je het goed en wel in de gaten hebt naast hem in de keuken met gespitste oren te luisteren naar zijn vertelsels, die in den beginne niet over zijn woonplaats handelen, maar over zijn eigen leven.

Ontwaken

Toen ik ontwaakte, wilde ik weg uit het rustige Etzenrade. Hup de wijde wereld in, lekker avonturieren. Maar dat ging niet. Het werk op de velden kon niet zomaar blijven liggen en het vee moest ook gevoerd worden. Zo bleef ik thuis. Maar nu, vijftig jaar later, ben ik hier voor geen goud meer weg te krijgen. Het is de rust, die me hier houdt. En dan te bedenken dat ik een halve eeuw geleden juist die rust wilde ontvluchten. Zo zie je hoe een mens verandert.” Peter Spiertz leunt achterover en gunt zijn woorden even de tijd om in te werken. Hij voelt dat er aanvullende vragen in de lucht hangen omtrent zijn ontwaken, maar hij is me voor: „Ontwaken wil zeggen datje van een jongen in een man verandert. Of je daar een speciale daad voor moet verrichten? Kom nou, geen flauwekul. Zoiets voel je op een gegeven moment gewoon aankomen.” . Dan, nadat hij nog enkele zeer gedetailleerde vragen over zijn ontwaken handig uit de weg is gegaan, stapt hij over op de historie van het gehucht, die eigenlijk even vaag blijft als hét ‘ontwakingsproces’ der jonge Spiertzen. Volgens de oude baas bleef het grootste gedeelte van de geschiedenis van ‘Jeëtselder’ namelijk ongeschreven en werden de overgeleverde verhalen, over boeren die mogelijk al rond 850 de vruchtbare gronden langs de beek opzochten, nooit opgetekend.
Niemand weet precies wanneer hier het eerste gebouw verrees. Sommigen mensen zeggen dat Etzenrade in ieder geval veel ouder is dan Jabeek en dan hebben we het toch al gauw over zon duizend jaar geschiedenis. De historie van Etzenrade, vroeger behorend tot de Onderbankse kern Jabeek, gaat volgens mij sowieso een heel eind verder terug dan de dertiende eeuw, toen ene Dirk van Einighausen hier een kapel liet bouwen. Wat zich daarvoor heeft afgespeeld, tja, dat is mij niet helemaal bekend. Weet je wie je daarvoor eens aan de jas kunt trekken; de gebroeders Hazen en Lies van Roer. Dat zijn met mij de oudste inwoners van Etzenrade. Misschien dat je daar ook iets kunt lospeuteren.”

Dorp

Van Spiertz naar de gebroeders Hazen, die overigens ook een schitterende boerderij (1870) bewonen, die door vakkundige handen werd opgeknapt. Maar ook hier blijft duidelijkheid over de geschiedenis van het eeuwenoude Etzenrade achterwege. Wel weet Leo Hazen te melden dat Etzenrade. dat nu op de keper twaalf gezinnen telt, veertig, vijftig jaar geleden een behoorlijk dorp was met enkele tientallen huishoudens. „Door de jaren heen zijn veel mensen verhuisd en veel gebouwen tegen de grond gewerkt. Vooral door de ruilverkaveling is hier veel veranderd. Zo had je vroeger twee cafés, een van Peters en een van Hendriks. En een tweede watermolen langs de Rode Beek, waar in de oorlog zwart gemalen werd en waar de inwoners ’s avonds ondanks de Duitse patrouilles naar toe slopen om aan etenswaar te komen.”
Ook bij Hazen groei je aan de stoel vast door de openhartigheid van de mensen en de gezellige warmte, die uit het donkere hout in de keuken lijkt te komen. Maar omdat er nog steeds gapende hiaten zitten in wat ik als de oorsprong ‘en geschiedenis van ‘Jeëtselder’ op papier wil krijgen, moet ik verder.

Op bovenstaande foto: Mevrouw Renneberg, alias Lies van Roer en haar 2 kleinkinderen.

Kwiek

Bij Lies van Roer is het stil. Niemand yoor de witte woning; ijzeren hek gesloten. Pas als ik een tijdje heb
rondgeneusd, stapt een vrouw met een gezicht als één grote glimlach, tussen twee wangen als goudrenetten, naar buiten. Het is Lies van Roer, zoals ze door de dorpelingen genoemd wordt. Jaargang 1923, maar nog zo kwiek als de rooie eekhoorn die plots uit de bomen achter de woning tevoorschijn springt en nieuwsgierig op tak blijft zitten knabbelen.
„Lies van Roer? Ik ben gewoon mevrouw Renneberg. En vraag me niet hoe ze aan die bijnaam komen… Of ik dan wel iets weet over de geschiedenis van Jeëtselder? Tja, ik ben hier natuurlijk wel geboren, maar ik heb me nooit met de historie van mijn woonplaats bezig gehouden. Heb mijn hele leven gewerkt en ging al als jong meisje met een span paarden erop uit om de velden te bewerken. Zo ging dat vroeger overal en daar had je weinig tegen in te brengen.”
Dan volgt een kort praatje over het huis, maar uiteindelijk wordt mevrouw Renneberg in beslag genomen door twee kleinkinderen, die naar buiten zijn gekomen. Al met al blijft daardoor het mysterie rond de oorsprong en de geschiedenis van het gehucht onopgehelderd. Maar vast staat dat de ‘Jeëtselders’ er niet over zullen inzitten.

LD 15-09-1988

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *